Te hoge defensietoelage op Curaçao hoeft niet terugbetaald te worden

· - leestijd 1 minuut
Afbeelding

WILLEMSTAD – Defensiepersoneel dat op Curaçao en Sint-Maarten is geplaatst, heeft eind vorig jaar een te hoge buitenlandtoelage ontvangen. De oorzaak was een verkeerde index die door een externe partij was aangeleverd voor de berekening van de koopkracht op de eilanden. Uit een recent Woo-besluit blijkt dat Defensie inmiddels 38 documenten heeft geïdentificeerd die betrekking hebben op de berekening van deze toelagen.


De fout kwam eind 2025 aan het licht nadat Defensiepersoneel op Aruba en Bonaire bij vakbond VBM vragen stelde over het grote verschil tussen hun buitenlandtoelage en die van collega’s op Curaçao en Sint-Maarten. Defensie deed daarop onderzoek. Daaruit bleek dat voor Curaçao en Sint-Maarten vanaf november een te hoge toelage was berekend.

De fout zat in de zogenoemde koopkrachtcomponent, de KKC. Deze component is bedoeld om ervoor te zorgen dat personeel dat in het buitenland wordt geplaatst ongeveer dezelfde koopkracht behoudt als in Nederland.

Voor de berekening wordt onder meer gekeken naar de prijzen van een pakket goederen en naar de wisselkoers van de lokale valuta tegenover de euro. Een externe partij levert daarvoor tweemaal per jaar een index aan, in april en oktober. De gegevens worden ook gebruikt bij de berekening van de verblijfscomponent van de toelage.

Verkeerde index

In oktober 2025 werd voor Curaçao en Sint-Maarten een te hoge index aangeleverd. Daardoor ontvingen personeelsleden op deze twee eilanden bij de salarissen over november en december een te hoge buitenlandtoelage. Op Aruba en Bonaire werd volgens VBM wel de juiste toelage betaald.

Nadat de fout was ontdekt, leverde de externe partij een gecorrigeerde dataset aan. Defensie kondigde aan die vanaf februari 2026 te gebruiken. Het te veel ontvangen bedrag wordt niet teruggevorderd.

Hoe groot het financiële voordeel voor individuele medewerkers was en hoeveel Defensie in totaal te veel heeft uitbetaald, blijkt niet uit de beschikbare stukken.

38 documenten

De kwestie leidde op 23 februari tot een verzoek op grond van de Wet open overheid. Daarin werd Defensie gevraagd de stukken openbaar te maken die ten grondslag liggen aan de buitenlandtoelage voor personeel in het Caribisch gebied.

Het verzoek ging onder meer over de gebruikte dollar-eurokoersen sinds juni 2021, de berekeningsmethodiek voor Aruba, Curaçao en Sint-Maarten, de koopkracht- en verblijfscomponenten, onderliggende datasets en interne memo’s en adviezen. Ook werd gevraagd om vergelijkingen tussen Aruba, Bonaire, Curaçao en Sint-Maarten en om informatie over wanneer externe dienstverlener AIRINC voor het laatst fysiek onderzoek op Aruba heeft uitgevoerd.

Defensie meldt in het Woo-besluit van 13 augustus dat een zoekactie bij de Hoofddirectie Personeel en het Dienstencentrum Human Resources 38 documenten heeft opgeleverd. Die stukken waren tijdens de behandeling al rechtstreeks aan de indiener verstrekt.

Een aanvullende zoekactie leverde volgens Defensie geen nieuwe documenten op. Het Woo-verzoek werd daarom formeel afgewezen: niet omdat de 38 stukken geheim zouden zijn, maar omdat alle aangetroffen documenten al aan de verzoeker waren verstrekt.

De inhoud van die 38 documenten is daarmee voor zover uit het gepubliceerde Woo-besluit blijkt niet beschikbaar. Daardoor is nog niet vast te stellen welke exacte prijsgegevens en wisselkoersen Defensie gebruikte, hoe groot de fout was en welke bedragen per eiland uit de verschillende berekeningen voortkwamen.


289 keer gelezen

Deel dit artikel: